Rechten en Plichten omgangsregelingen
Bij een omgangsregeling gelden verschillende rechten en plichten. Hieronder worden de meeste van deze rechten en plichten kort beschreven.
Wie hebben er omgangsrecht?
Zowel de niet-verzorgende ouder als het kind hebben in beginsel een onbetwist wettelijk recht op omgang met elkaar. Met ouder wordt in dit verband de juridische ouder bedoeld, dus de ouder die het kind erkend heeft.
Kinderen
Kinderen van 12 jaar en ouder en kinderen beneden de 12 jaar die in staat zijn tot redelijke beoordeling van hun belangen hebben recht om om een omgangsregeling te verzoeken. Zij moeten zich dan wel laten vertegenwoordigen door hun wettelijk vertegenwoordiger of met diens toestemming handelen.
Derden
Anderen hebben het recht om om een omgangsregeling te kunnen verzoeken. Indien er een hechte persoonlijke band bestaat tussen verzoeker en kind kan de rechter dit verzoek in behandeling nemen. De rechter zal dan een belangenafweging maken.
In aanmerking voor een dergelijk verzoek komen:
- de verwekker die het kind niet erkend heeft (biologische vader)
- bloedverwanten in de tweede graad: oma, opa, oom, tante
- pleegouder die het kind langer dan een jaar verzorgd heeft